Getallen: Breuken
Het omgekeerde
Omkeren van breuken
Als we in de breuk #\tfrac{2}{3}# de teller en de noemer omwisselen, krijgen we #\tfrac{3}{2}#. We zien nu dat: \[\tfrac{2}{3} \times \tfrac{3}{2} =\tfrac{6}{6} = 1\]
In het algemeen geldt:
Twee getallen heten elkaars omgekeerde als hun product #1# is.
Voorbeelden
\begin{array}{rcrcr}\tfrac{3}{5} &\times& \tfrac{5}{3} &=& 1\\\tfrac{1}{10} &\times& 10 &=& 1\\-\tfrac{4}{3} &\times& -\tfrac{3}{4} &=& 1\end{array}
#9#
Als we de breuk #{{1}\over{9}}# omkeren vinden we #9#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{1}\over{9}} \times 9=1\]
Dus het omgekeerde van #{{1}\over{9}}# is #9#.
Als we de breuk #{{1}\over{9}}# omkeren vinden we #9#. Ter controle vermenigvuldigen we de getallen en controleren we of het product gelijk is aan #1#.
\[{{1}\over{9}} \times 9=1\]
Dus het omgekeerde van #{{1}\over{9}}# is #9#.
Ontgrendel volledige toegang
Toegang voor leraar
Vraag een demo account aan. Wij helpen je graag op weg met onze digitale leeromgeving.